Energie

Vragen van het lid Bosman (VVD) aan de Minister van Economische Zaken over het bericht «Advies van wijzen voor Groningen» (ingezonden 28 oktober 2016, kenmerk 2016Z19792).

Vragen van het lid Bosman (VVD) aan de Minister van Economische Zaken over het bericht «Advies van wijzen voor Groningen» (ingezonden 28 oktober 2016,
kenmerk 2016Z19792). 

 

Kent u het bericht «Advies van wijzen voor Groningen»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

In hoeverre ondersteunt u het idee van een grondige analyse door een commissie van wijzen? Hoe ziet u daarin de rol van de Nationaal Coördinator Groningen?

Antwoord 2

In het aardbevingsgebied ligt een omvangrijke en urgente opgave die geen uitstel duldt. Deze opgave vergt een doortastende en samenhangende aanpak van het Rijk, de provincie Groningen en de gemeenten in het gebied. Tegen deze achtergrond heb ik de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) ingesteld om regie te voeren op deze opgave en te zorgen voor een samenhangende aanpak die maatschappelijk en bestuurlijk breed wordt gedragen. De NCG is hier voortvarend mee aan de slag gegaan. Zoals ik eerder in uw Kamer heb aangegeven, kom ik binnenkort met voorstellen om de positie van de NCG te versterken, waarbij ik ook de mogelijkheid van wettelijke verankering van bevoegdheden (attributie) zal betrekken. Ik ben daarover in gesprek met de NCG en met betrokken partijen uit de regio. Ik zal uw Kamer hierover nog dit najaar nader informeren. Tegen deze achtergrond zie ik geen aanleiding om een nieuwe commissie zich te laten buigen over de aanpak van de aardbevingsproblematiek als gevolg van de gaswinning.

1«Advies van wijzen voor Groningen» Dagblad van het Noorden 14 oktober 2016 geoordeeld (vonnis van 5 oktober 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:4402) ah-tk-20162017-612 ISSN 0921 - 7398 ’s-Gravenhage 2016 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, Aanhangsel 1 

  

Vraag 3

Kent u het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland waarin de rechtbank Energiebeheer Nederland (EBN) als mede exploitant van het Groningen-gasveld hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de schade veroorzaakt door aardbevingen?2

Antwoord 3

Ja.

 

Vraag 4

Kunt u aangeven hoe de Staat of EBN om zal gaan met deze uitspraak, mede in het licht van de door professor Oldenhuis gedane aanbevelingen?

Antwoord 4

De Staat en EBN zijn ieder partij bij deze procedure en maken een eigenstandige afweging hoe er wordt omgegaan met de uitspraak. Zolang de zaak onder de rechter is, doet de Staat over haar rechtspositie geen uitspraken.