Koninkrijksrelaties

Vragen van het lid Bosman aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het onverwachte tekort van 160 mln. gulden van het land Curaçao in 2011 dat tegen de afspraken is van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten. (ingezonden 29 mei 2012).

Vragen van het lid Bosman aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het onverwachte tekort van 160 mln. gulden van het land Curaçao in 2011 dat tegen de afspraken is van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten. (ingezonden 29 mei 2012).

 

De heer Bosman (VVD):

Voorzitter. De begroting voor 2011 van het land Curaçao zat er flink naast. Politiek Den Haag is flink geschrokken van het tekort van ruim 160 mln. op de begroting van Curaçao. Dit kopte het Antilliaans Dagblad op 22 mei jongstleden. Op 18 mei 2011 en op 19 april jongstleden heb ik mijn zorgen geuit over de houdbaarheid van begrotingen en meerjarenbegrotingen. Het College financieel toezicht heeft meermalen aangegeven dat begrotingen boterzacht waren en dat de invulling van de geplande begrotingsdoelen sterk is achterbleven. Is de minister geschrokken van dit bericht? Was de minister van mening dat het goed zat met de begroting van Curaçao en kwam het bericht volledig onverwacht of was het bedrag van het tekort groter dan verwacht?

 

Minister Spies:

Mevrouw de voorzitter. Ik dank de heer Bosman voor zijn vragen. Wij zijn onderhand het stadium van schrikken wel voorbij op het moment dat zich een begrotingstekort op Curaçao voordoet. Op 19 april hebben de heer Bosman en ik onze zorgen hierover gedeeld in een algemeen overleg. Toen heb ik aangegeven, veel eerder dan de berichtgeving nu, dat wij er rekening mee moeten houden dat de begroting van Curaçao over 2011 met een aanzienlijk tekort zou worden afgesloten. Dus ons was al veel eerder bekend dat de ramingen van Curaçao en de berichten van de regering van Curaçao vele malen optimistischer waren dan de werkelijkheid.

            Waar ik meer zorgen over heb, is dat maatregelen van de regering van Curaçao uitblijven. Wij zien nog steeds geen structurele hervormingen. Wij zien dat het gat gedekt wordt met incidentele middelen, waarbij het de vraag is of die voldoende zijn. Dus wij zijn een aantal buitengewoon serieuze zo niet ernstige gesprekken met de regering van Curaçao niet alleen begonnen, maar vervolgen die ook tijdens de reis die ik van 10 tot 15 juni aan dat deel van het Koninkrijk zal brengen.

 

De heer Bosman (VVD):

Dank voor deze antwoorden. Ik wil mij richten op de rol en de taak van het Cft. In de Rijkswet financieel toezicht staat dat het College financieel toezicht tot taak heeft om ondermeer toezicht te houden op de toepassing door de landen van de financiële normen van de begroting, bij de uitvoering en de verantwoording en bij het betalingsverkeer. De VVD is van mening dat de wet het Cft de ruimte biedt om op alle mogelijke momenten in te grijpen. Ik krijg nu echter de indruk dat er beperkingen zijn aan de inzet van het Cft. Is het College financieel toezicht daadwerkelijk beperkt en, zo ja, door wie? Als er geen beperkingen zijn opgeworpen, geeft deze wet dan niet veel meer ruimte om juist proactief met de begroting aan de slag te gaan?

 

Minister Spies:

Er zijn in mijn beleving geen beperkingen aan het werk van het Cft. Ik heb begrepen dat het Cft voornemens is om nog deze week een brief aan de regering van Curaçao te sturen, een zogenaamde artikel 17, lid 1-brief, waarin het een aantal serieuze aanwijzingen aan de regering geeft waarlangs een gewijzigde begroting voor 2012 zou moeten worden vastgesteld en de eisen die het Cft daaraan stelt.

 

De heer Bosman (VVD):

Vorige maand stond ik hier ook met vragen over overheids-nv's, zowel van Curaçao als van Sint-Maarten. Iedere keer krijg ik het idee dat wij als Tweede Kamer niet gelukkig zijn met de financiële situatie op Curaçao en Sint-Maarten en dat het Cft ook de zorgen uit over de financiële situatie van in dit geval Curaçao. De landen Curaçao en Sint-Maarten hebben een paar jaar de tijd gehad om hun begroting op orde te krijgen, zowel financieel als procedureel. Ook het Cft heeft daar een ondersteunende rol in gespeeld. Een begroting zowel voor de korte als de lange termijn die niet voldoet aan de normen, kan niet goedgekeurd worden. Bij twijfel niet inhalen, zegt de VVD. Als het Cft twijfelt, kan het geen begroting goedkeuren. Als de minister die lijn vasthoudt, kunnen we in Den Haag niet meer verrast worden door dit soort begrotingstekorten van eilanden, die in 2010 nog 1,5 mld. aan schuldsanering hebben meegekregen. Kan de VVD ervan uitgaat dat bij komende beoordelingen van het Cft van de begrotingen van Curaçao en Sint-Maarten, er scherp en eerlijk geoordeeld wordt, met de daarbij behorende uitspraak?

 

Minister Spies:

Daar is het antwoord heel simpel op: ja, dat mag de VVD-fractie; ja, dat mag de hele Kamer. Het is niet alleen de Kamer die zich grote zorgen maakt over de financiële situatie op Sint-Maarten en op Curaçao. Het is ook een grote zorg voor de Nederlandse regering. Ik laat mij in de week van 10 tot 15 juni opnieuw daarover informeren. Wij zullen daar in de eerstkomende rijksministerraden, zoals wij dat in de afgelopen rijksministerraden ook gedaan hebben, steeds opnieuw de vinger bij leggen en maatregelen in overweging nemen die daarbij noodzakelijk zijn.

 

De heer Van Bochove (CDA):

Voorzitter. De regering van Curaçao denkt het tekort over 2011 te dekken met de Belastingregeling voor het Koninkrijk. Wij weten dat de begroting voor 2012 inmiddels al grote tekorten moet vertonen, omdat alle aangekondigde hervormingen nog niet zijn behandeld in het parlement, en die tekorten lopen sterk op. Ook daar wil men het tekort gaan dekken. Wordt het langzamerhand niet tijd dat de koninkrijksregering en de Nederlandse regering in de koninkrijksregering verdergaande stappen nemen dan overleg, overleg, overleg? Alle cynici krijgen gelijk: anderhalf miljard mee en een jaar later gaan we alweer. Wat is het oordeel van de regering daarover?

 

Minister Spies:

Deze regering bereidt zich heel serieus voor op het geven van een aanwijzing in de richting van Curaçao. Het stadium van gesprek en overleg is inderdaad onderhand voorbij aan het raken.

 

De voorzitter:

Ik dank de minister. Hiermee zijn wij gekomen aan het eind van de derde vraag. We gaan verder met de vierde vraag, aan dezelfde minister.