Koninkrijksrelaties

Mondelinge vragen van het lid Bosman (VVD) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de berichten «Minister Duncan geeft Kustwacht de schuld van doden bij mensen smokkel» (Caribischnetwerk.ntr.nl, 17 april 2013) en «Duncan: I want to get rid of the coastguard» (Today newspaper, 16 april 2013) (ingezonden 23 april 2013).

Vragen van het lid Bosman aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de berichten "Minister Duncan geeft Kustwacht de schuld van doden bij mensensmokkel".

 

De heer Bosman (VVD):

Voorzitter. "I want to get rid of the Coast Guard" en "Op enige manier hebben zij -- de kustwacht -- de hand gehad in het verlies van deze levens". Dit zijn twee citaten van de minister van Justitie van Sint-Maarten, de heer Duncan. Ik wil weten wat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vindt van deze aantijging, en zeker van het laatste citaat, van de minister van Justitie van Sint-Maarten, en van deze onterechte en ongefundeerde beschuldiging van dood door schuld aan het adres van de kustwacht. Op deze manier stelt de minister van Justitie van Sint-Maarten de kustwacht in een heel kwaad daglicht, zeker omdat in het uitvoerige onderzoek niets van deze aantijgingen naar voren is gekomen. Deze minister van Justitie van Sint-Maarten beschadigt de kustwacht opzettelijk.

            Nu mijn vragen aan de minister. Welke steun krijgt de kustwacht vanuit het Koninkrijk, welke steun krijgt de kustwacht vanuit Sint-Maarten en zit daar verschil tussen? Zijn er gesprekken gaande waarbij de opheffing van de kustwacht bij Sint-Maarten aan de orde is?

 

De voorzitter:

Het woord is aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

 

Minister Plasterk:

Voorzitter. Laat ik eerst antwoord geven op de eerste vraag: er is geen sprake van dat de kustwacht verantwoordelijk zou zijn voor het incident waarnaar wordt verwezen. In december 2010 werd door de kustwacht op Sint-Maarten een vaartuig met ongeveer 30 personen aan boord gesignaleerd. Dit werd toen overgedragen aan de Amerikaanse en Britse kustwacht. In een poging om te ontkomen, is dat schip bij de Britse Maagdeneilanden omgeslagen. Daarbij zijn negen personen om het leven gekomen. In verband met die zaak zijn in de periode daarna op Sint-Maarten enkele verdachten vervolgd en, ook in hoger beroep, veroordeeld voor mensensmokkel en voor deelname aan een criminele organisatie. De suggestie dat de kustwacht hierbij iets zou hebben misdaan, is dus absoluut onjuist.

            Ik heb de bedragen op dit moment niet paraat, want ik wist niet dat de heer Bosman daarnaar zou vragen en ik heb het niet allemaal in mijn hoofd. De bijdrage van Nederland aan de kustwacht is hoger dan die van Sint-Maarten. Dat laat onverlet dat Sint-Maarten bijdraagt aan de kosten van de kustwacht. Dat moet het volgens de rijkswet ook doen. Het doet dit elk jaar en zal het natuurlijk ook dit jaar weer doen. De heer Duncan gaat daar helemaal niet over; dat is een besluit van de RMR. Ik ga ervan uit dat Sint-Maarten ook dit jaar zijn bijdrage aan de kustwacht zal leveren.

 

De heer Bosman (VVD):

Deze minister van Sint-Maarten stelt alles in het werk om de kustwacht in een kwaad daglicht te stellen en om hem het werk onmogelijk te maken. De kustwacht heeft tot taak de bescherming van de buitengrenzen van ons Koninkrijk. De kustwacht houdt zich onder andere intensief bezig met de opsporing van drugs en illegale immigratie. Zeker ten aanzien van die laatste problematiek, drugs, criminaliteit en illegale immigratie, heeft Sint-Maarten een heel slechte naam. Het WODC-rapport van 2007 spreekt al van ernstige tekortkomingen, zowel in de bestrijding van de drugshandel als in de bestrijding van de mensenhandel. Is het nu veel beter op Sint-Maarten? Absoluut niet. Uit het laatste rapport van de politie op Sint-Maarten, de Criminaliteitsbeeldanalyse van 2 december 2011, blijkt dat zowel de drugshandel als de mensenhandel nog steeds welig tiert.

            Hoe geloofwaardig is deze minister van Justitie van Sint-Maarten? Deze minister heeft zelf een directe relatie met bordeelhouders. Via zijn holdingmaatschappij maakt hij gebruik van een bordeelvergunning; een vergunning waarvoor hijzelf verantwoordelijk is. Deze minister is onderwerp van onderzoek ten aanzien van het aannemen van steekpenningen van een bordeelhouder. En deze minister is verantwoordelijk voor het handhaven van de rechten van de mens op Sint-Maarten, terwijl iedereen weet dat de mensenrechten daar worden geschonden. Ik citeer uit het laatste rapport van 2011: "Bovendien komen er bij inlichtingendiensten regelmatig signalen binnen, ook vanuit de Sint-Maartense samenleving, waaruit zou blijken dat een of meer personen op Sint-Maarten zich op grote schaal bezighouden met mensensmokkel". Hoe geloofwaardig vindt de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties deze minister van Justitie van Sint-Maarten? Ziet hij deze uitspraak als een voorbeeld van goed bestuur en de bescherming van mensenrechten op Sint-Maarten?

 

Minister Plasterk:

Laat ik allereerst benadrukken dat ik grote waardering heb voor het werk van de kustwacht. Ik ben daar op werkbezoek geweest en ben onder de indruk geraakt van de professionaliteit ervan. De kustwacht zal zijn werk doen en blijven doen; daar gaat de minister van Justitie van Sint-Maarten niet over.

 

Nogmaals, ik ga ervan uit dat Sint-Maarten daaraan een bijdrage zal leveren en zal blijven leveren. Het is ook nooit voorgekomen dat het dat niet heeft gedaan in de afgelopen jaren. Ik neem de berichten van de collega van Justitie daar dan ook met een grote schep zout.

            Er wordt geïnformeerd naar mijn opvattingen over een individuele minister in Sint-Maarten. Daarover is bij andere gelegenheden gesproken en ik heb daar allerlei meningen over, maar die houd ik binnen Den Haag. Ik benadruk wel dat de rijksministerraad zorgen heeft geuit in de richting van de regering van Sint-Maarten over de integriteit van het politieke bestuur en heeft aangedrongen op een onderzoek. De rijksministerraad heeft voorts aangedrongen op een strengere screening bij het vormen van een volgend kabinet, volgend jaar, na de verkiezingen in 2014.

 

De heer Bosman (VVD):

De minister herhaalt de stelling dat Sint-Maarten meebetaalt aan de kustwacht. Dat begrijp ik. Het gaat echter niet zozeer om het betalen, het overbrengen van geld, als wel om het tussen de oren hebben van de rol en de functie van de kustwacht, het daadwerkelijk inzetten voor het beschermen van de mensenrechten, het voorkomen van mensensmokkel en het tegengaan van drugshandel. Men kan wel zeggen dat ze geld betalen en dus voldoen aan het eisenpatroon van de kustwacht, maar in hoeverre zit het in de mensen zelf om die kustwacht te ondersteunen en de taak van de kustwacht te ondersteunen?

 

Minister Plasterk:

Allereerst de bedragen; die heb ik inmiddels aangereikt gekregen. De bijdrage van Sint-Maarten is €680.000. Nederland betaalt het leeuwendeel: 35 miljoen. Die kustwacht blijft varen, wat zich ook tussen de oren van de minister van Justitie van Sint-Maarten afspeelt. Die kustwacht zal zijn werk blijven doen. Dat is ook essentieel. Het gaat niet alleen om Sint-Maarten, maar om de bescherming van de hele regio, waaronder ook Saba en Statia vallen, en het hele Caraïbische gebied. Daar wordt een cruciale functie vervuld. In de retoriek kan men daarover onverstandige dingen zeggen, maar die negeren wij. Wij varen door.