Economische zaken

Mondelinge vragen van het lid Bosman (VVD) aan Staatssecretaris van Economische Zaken over de resistente bacteriën in Aziatische kweekvis (Nos.nl, 7 november 2014) (ingezonden 11 november 2014).

Vragen van het lid Bosman aan de staatssecretaris van Economische Zaken over de resistente bacteriën in Aziatische kweekvis.

De heer Bosman (VVD):
Voorzitter. U zult het misschien niet geloven, en mijn collega's misschien ook niet, maar ik sta hier omdat ik het rapport Resistente bacteriën op garnalen en vis — het gaat daarbij vooral om kweekvis — van de groep Wakker Dier heb gelezen. Ik heb begrepen dat dit niet erg gebruikelijk is voor de VVD. Tegen de collega's die mij soms verwijten dat wij niet alle rapporten lezen, zeg ik: we lezen alle rapporten, maar bij sommige rapporten plaatsen we meer kanttekeningen dan bij andere. Het is goed om bij dit rapport stil te staan. Het positieve uit het rapport is dat de natuurlijke visvangst sinds 1984 vrijwel gelijk is gebleven. Er is geen sprake van een enorme toename. Nee, het is vrijwel gelijk gebleven. Dat is goed om te constateren.

De zorg betreft de hoeveelheid resistente bacteriën in kweekvis uit Zuidoost-Azië. Ik ben blij dat daar in het kader van de voedselveiligheid onderzoek naar wordt gedaan, maar die zorg was er al vanaf 2009. Kan de staatssecretaris aangeven waarom er geen ambitie was vanaf 2009 en verder als het gaat om kweekvis? We weten immers dat bijna de helft van alle geconsumeerde vis in Nederland kweekvis is en dat er in Europa bijna 25.000 mensen sterven door infecties met multiresistente bacteriën. Mijn vraag gaat dus over de keuze voor het onderzoek.

Staatssecretaris Dijksma:
Voorzitter. Ik denk dat wij allemaal delen dat antibioticumresistente bacteriën in voedsel een heel serieus probleem zijn, of het nu gaat om kweekvis die we importeren uit andere landen, of om vlees dat we zelf produceren. In beide gevallen brengt het gevaar mee als je vlees of vis niet goed verhit. In Europa is er sinds 1 januari van dit jaar een uitgebreide geharmoniseerde monitoring op het voorkomen van resistente bacteriën bij dieren, bij mensen en in voedsel. Nederland test ook op import uit derde landen. Het lastige is dat dit helaas geen verplicht onderdeel is van het EU-monitoringsprogramma. Wij hebben erop aangedrongen om het erin op te nemen.

De heer Bosman vraagt wat er sinds 2009 is gebeurd. Er is een belangrijke keuze gemaakt om dit probleem vooral bij de bron te bestrijden. Die bron is het gebruik van antibiotica, niet alleen in humaan opzicht, maar vooral ook in de veterinaire sector wereldwijd. Wij hebben in Nederland op dit gebied sinds 2009 behoorlijk stevige resultaten geboekt. Wel zie je — ik geef daar de heer Bosman gelijk in — dat er letterlijk een wereld te winnen is om dat ook in Azië en op alle andere plekken voor elkaar te krijgen. Wij dragen de aanpak van Nederland actief uit. Minister Schippers en ik hebben daar recentelijk een mondiale conferentie over georganiseerd met onder andere de WHO. Daar is een zogenaamd global action plan uit voortgekomen. We nemen deze problematiek dus niet alleen in ons eigen land serieus met extra onderzoek en bemonstering, maar ook wereldwijd.

De heer Bosman (VVD):
Dat is natuurlijk positief nieuws, maar we weten ook dat de ontwikkelingen in gebieden als Zuidoost-Azië niet erg hard gaan. Ik ben blij dat de staatssecretaris aangeeft dat de controle scherper kan en mag. Maar kijk hoeveel controles onze Nederlandse vissers krijgen en hoe sterk zij gecontroleerd worden, via cameratoezicht, gps-controle, kustwacht, afslagplicht en nog veel meer. Ik vraag me dan af: hoe staat dat in verhouding tot de controle op kweekvis? Is het mogelijk om van het heel uitgebreide toezicht op de Nederlandse vissers iets af te halen en dat richting het toezicht op kweekvis te verschuiven?

Staatssecretaris Dijksma:
Dat lijkt mij niet de juiste weg. De heer Bosman schetst nu het beeld dat onze mosselvissers scherper gecontroleerd worden dan bijvoorbeeld de importvis uit Azië. Het is niet zo dat dit per definitie klopt, bijvoorbeeld als het gaat om bemonstering. De bemonstering bij mosselen is een kwestie van uitvoering van, ook hier weer, communautaire voorschriften. Die uitvoering wordt gedaan op twee plaatsen, namelijk bij de verzend- en de zuiveringscentra aan de ene kant en bij de retail aan de andere kant. Dat doen we ook omdat we mensen geen onnodig risico willen laten lopen. Dus ja, wij zijn samen met de NVWA bezig om meer controles uit te voeren, bijvoorbeeld op resistente bacteriën. Daarvoor is geen norm, dus dat is ingewikkeld. Dat geldt overigens net zo goed voor vlees en niet alleen voor import. Dat zeg ik er ook maar bij, dus de Kamer moet hiervoor de hele agenda samen met ons oppakken. Het is niet zo dat we daarmee onze vissers onrecht aandoen omdat voor hen de normen weer anders zouden zijn. We controleren hen ook, maar bijvoorbeeld in de mosselsector speelt geen antibioticakwestie. Dus het is niet helemaal fair om deze zaken een-op-een te vergelijken, hoe verleidelijk het misschien ook voor de heer Bosman is om dat wel te doen.

De heer Bosman (VVD):
Een een-op-eenvergelijking heb ik ook niet helemaal gemaakt. Ik heb alleen gevraagd naar de mate van toezicht op onze Nederlandse vissers ten opzichte van die op de import. Dat was mijn enige zorg. Ik ben blij dat er verscherpter toezicht komt en dat de staatssecretaris daarmee bezig is.

Staatssecretaris Dijksma:
Ik had niet de indruk dat er nog een vraag werd gesteld.

De voorzitter:
Dat betekent niet altijd dat de leden dan niet alsnog een reactie willen geven. Vandaar dat ik daarvoor het woord geef aan mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Antibioticaresistentie, bijvoorbeeld als gevolg van de bio-industrie, is inderdaad een groot probleem. Kweekvis is een nieuwe vorm van bio-industrie, waarbij we dezelfde problemen op ons af zien komen. Ik ben blij dat de staatssecretaris zegt dat de inperking van toezicht geen optie is. Ik wil van haar weten wanneer het voor het kabinet genoeg is. Ik kan me voorstellen dat toch uit de verscherpte controles steeds maar weer blijkt dat de importvis niet aan de eisen gaat voldoen die wij wel graag zouden willen handhaven. De VVD vraagt of wij daar extra controles op kunnen zetten en onze eigen vissers minder kunnen controleren.

De voorzitter:
Wat is uw vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik vraag de staatssecretaris op welk moment zij zegt dat extra controles geen zin hebben en dat we een importverbod afkondigen omdat we niet gerust zijn op de veiligheid.

Staatssecretaris Dijksma:
Daarvoor geldt dat Nederland niet zomaar eenzijdig een importverbod kan afkondigen. Die discussie hebben we ook vaker over andere producten die uit derde landen naar Europa komen. Wat wij doen — dit jaar doet de NVWA dat ook weer — is bijvoorbeeld meer dan 200 monsters voor monitoring nemen. Wij willen ook in Europa de test op import uit derde landen die nu geen verplicht onderdeel is van het monitoringsprogramma daar wel in krijgen. Wanneer is het genoeg, vraagt mevrouw Ouwehand, die vindt dat we niet moeten wachten om steeds weer verdere stappen te zetten. Dat doen we ook.

De voorzitter:
Dank voor uw antwoorden. U mag nog even blijven, want de volgende vraag is ook voor u.